Thema: Samuël zalft Saul tot koning Punt 1: De ontmoeting met Saul, Punt 2: De zalving van Saul, Punt 3: De verandering bij Saul, Bijbeltekst Omschrijving: 17 Toen Samuël Saul aanzag, zo antwoordde hem de HEERE: Zie, dit is de man van welken Ik u gezegd heb; deze zal over Mijn volk heersen. 18 En Saul naderde tot Samuël in het midden der poort, en zeide: Wijs mij toch, waar is hier het huis van den ziener? 19 En Samuël antwoordde Saul en zeide: Ik ben de ziener; ga op voor mijn aangezicht op de hoogte, dat gijlieden heden met mij eet; zo zal ik u morgenvroeg laten gaan, en alles wat in uw hart is, zal ik u te kennen geven. 20 Want de ezelinnen aangaande, die gij heden den derden dag verloren hebt, zet uw hart daar niet op, want zij zijn gevonden; en wiens zal zijn al het gewenste dat in Israël is? Is het niet van u en van het ganse huis uws vaders? 21 Toen antwoordde Saul en zeide: Ben ik niet een zoon van Jemini, van den kleinste der stammen Israëls? En mijn geslacht, is het niet het kleinste van al de geslachten van den stam van Benjamin? Waarom spreekt gij mij dan aan met zulke woorden? 22 Samuël dan nam Saul en zijn jongen en hij bracht hen in de kamer; en hij gaf hun plaats aan het opperste der genodigden; die nu waren omtrent dertig man. 23 Toen zeide Samuël tot den kok: Lang dat stuk hetwelk ik u gegeven heb, waarvan ik tot u zeide: Zet het bij u weg. 24 De kok nu bracht een schouder op met wat daaraan was en zette dien voor Saul; en hij zeide: Zie, dit is het overgeblevene; zet het voor u, eet, want het is te bestemder tijd voor u bewaard, als ik zeide: Ik heb het volk genodigd. Alzo at Saul met Samuël op dien dag. 25 Daarna gingen zij af van de hoogte in de stad; en hij sprak met Saul op het dak. 26 En zij stonden vroeg op; en het geschiedde omtrent den opgang des dageraads, zo riep Samuël Saul op het dak, zeggende: Sta op, dat ik u gaan late. Toen stond Saul op en zij beiden gingen uit, hij en Samuël, naar buiten. 27 Toen zij afgegaan waren aan het einde der stad, zo zeide Samuël tot Saul: Zeg den jongen, dat hij voor onze aangezichten heenga; toen ging hij heen; maar sta gij alsnu stil en ik zal u Gods woord doen horen. Hoofdstuk 10. 1 TOEN nam Samuël een oliekruik en goot ze uit op zijn hoofd en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo , dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft? 2 Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen? 3 Als gij u vandaar en verder aan begeeft en zult komen tot aan Elon-Thabor, daar zullen u drie mannen vinden, opgaande tot God naar Bethel; één, dragende drie bokjes, en één, dragende drie bollen brood, en één, dragende een fles wijn. 4 En zij zullen u naar uw welstand vragen, en zij zullen u twee broden geven; die zult gij van hun hand nemen. 5 Daarna zult gij komen op den heuvel Gods, waar der Filistijnen bezettingen zijn; en het zal geschieden als gij aldaar in de stad komt, zo zult gij ontmoeten een hoop profeten, van de hoogte afkomende, en voor hun aangezichten luiten en trommels en pijpen en harpen, en zij zullen profeteren. 6 En de Geest des HEEREN zal vaardig worden over u en gij zult met hen profeteren, en gij zult in een anderen man veranderd worden.

Gemaakt door: PrekenWeb.nl Eerste aflevering: 05-04-2022
De podcast PrekenWeb.nl heeft in totaal 5317 afleveringen

Maker: PrekenWeb.nl Datum: 06-05-2016

Maker: PrekenWeb.nl Datum: 06-05-2016
Disclaimer: De podcast (artwork) is geembed op deze pagina en is het eigendom van de eigenaar/ maker van de podcast. Deze is niet op enige wijze geaffilieeerd met Online-Radio.nl. Voor reclamering dient u zich te wenden tot de eigenaar/ maker van deze podcast.