Samenvatting Deze aflevering/lecture behandelt therapieresistente hypertensie en primair hyperaldosteronisme als belangrijke oorzaak. Resistente hypertensie wordt gedefinieerd als persisterend verhoogde bloeddruk boven behandeldoelen ondanks minimaal drie antihypertensivaklassen (calciumantagonist, RAS-remmer, diureticum), met prevalentie ~10–20% algemeen, hoger bij chronische nierschade (22,9%) en ouderen (12,3%). Voor diagnose moeten meetfouten en secundaire oorzaken worden uitgesloten: therapieontrouw (zeer frequent; herhaaldelijk controleren), witte-jaseffect, hoge zoutinname, OSAS, en middelen zoals NSAID’s, alcohol, orale anticonceptiva, cocaïne en drop (glycyrrhizinezuur). Primair hyperaldosteronisme veroorzaakt circa 17–23% van resistente gevallen en verhoogt het risico op cardiovasculaire en renale complicaties 2–6 keer, via inflammatie, fibrose en oxidatieve stress. Etiologie: autonome aldosteronproductie door unilateraal bijnieradenoom (curatief te opereren) of bilaterale hyperplasie (APCC’s; farmacotherapie nodig). Risicofactoren: jonge leeftijd (<40 jaar), hypokaliëmie (niet obligaat), OSAS, obesitas en genetische predispositie. Aldosteron induceert oxidatieve stress (NADPH-oxidase ? ROS), vermindert NO en bevordert bindweefselvorming, wat bijdraagt aan vaatstijfheid, elektrische geleidingsstoornissen en atriumfibrilleren. De pathofysiologie omvat RAAS-activatie bij laag circulerend volume (renine ? angiotensine I ? angiotensine II ? aldosteron), en autonome productie door mutaties (o.a. KCNJ5, CACNAID, ATP1A1) die CYP11B2 (aldosteronsynthase) activeren. Genomische effecten via de mineralocorticoïdreceptor in distale verzamelbuizen verhogen ENaC en Na+/K+-ATPase, wat natrium- en waterretentie en kaliumsecretie (hypokaliëmie) veroorzaakt. Niet-genomische routes (GPER1 ? ERK1/2 ? SP1/ELK1) stimuleren collageen, CTGF en a-SMA, transformatie van fibroblasten naar myofibroblasten en orgaanfibrose. Diagnostiek van primair hyperaldosteronisme start met een aldosteron-renine-ratio (ARR): hoog aldosteron, lage renine. Interferenties: bètablokkers verlagen renine; ACE-remmers/diuretica verhogen renine—bij voorkeur 2–4 weken staken en tijdelijk overschakelen op doxazosine, verapamil of hydralazine. Correcte pre-analytiek: kalium >4 mmol/L, geen lage zoutinname, minstens 2 uur rechtop en 5 minuten rust voor afname; minimale reninedrempel hanteren. Bevestigingstests: orale/IV zoutbelasting, captopril-challenge of fludrocortison-onderdrukkingstest; persisterend verhoogde aldosteron ondanks onderdrukking bevestigt de diagnose. Differentiatie tussen unilateraal adenoom en bilaterale hyperplasie is essentieel voor therapiekeuze. Farmacotherapie bij therapieresistente hypertensie en hyperaldosteronisme: - Mineraalreceptorantagonisten (MRA) zijn eerste keuze: spironolacton 25–50 mg (Pathway-2: beste effect; -8,7 mmHg vs placebo, ~-4 mmHg meer dan doxazosine/bisoprolol). Let op hyperkaliëmie en anti-androgene bijwerkingen (gynecomastie, menstruatiestoornissen); eplerenon is alternatief met minder hormonale effecten. Finerenon is niet geregistreerd voor deze indicatie. - ENaC-remmers zoals amiloride verminderen aldosteron-gemedieerde natriumreabsorptie; leverbaarheid beperkt. - Andere antihypertensiva (bètablokkers, alfablokkers, centraal werkende middelen, vasodilatatoren) zijn secundaire opties. Nieuwe therapieën: aldosteronsynthase-remmers (CYP11B2-remmers) zoals baxdrostat, lorundrostat en ficadrostat remmen de bron van aldosteronproductie met hoge selectiviteit voor CYP11B2 boven CYP11B1 (cortisolroute). Klinische studies tonen systolische bloeddrukdalingen van ~6–11 mmHg vs placebo bij resistente hypertensie; veiligheidsprofielen omvatten beheersbare hyperkaliëmie, vroege hyponatriëmie en reversibele GFR-daling, zonder effect op cortisolspiegels. Ze missen anti-androgene bijwerkingen en bieden potentieel voor orgaanprotectie; ze vormen de eerste nieuwe antihypertensieve klasse in ~20 jaar. Apothekersrol: systematische monitoring van kalium, natrium en nierfunctie (vooral in de eerste weken bij synthaseremmers en bij MRA’s); optimalisatie van bestaande antihypertensieve doseringen; bewaken van therapietrouw; afstemmen van medicatie op diagnostiek (ARR-compatibiliteit). Nascholing en verdere verdieping zijn beschikbaar via apothekerspodcast.nl. Kennispunten - Resistente hypertensie: definitie, prevalentie en risicogroepen; noodzaak tot uitsluiten van secundaire oorzaken en meetfouten. - Primair hyperaldosteronisme: prevalentie, etiologie (adenoom vs bilaterale hyperplasie), risicofactoren en verhoogd cardiovasculair/renaal risico. - Pathofysiologie: RAAS, genomische en niet-genomische aldosteroneffecten, oxidatieve stress, inflammatie en fibrose. - Diagnostiek: ARR met juiste voorbereiding, interfererende medicatie, bevestigingstests en differentiatie voor therapiekeuze. - Behandeling: MRA’s (spironolacton/eplerenon), ENaC-remmers, overige antihypertensiva; opkomende aldosteronsynthase-remmers met veelbelovende effectiviteit en veiligheid. - Monitoring en therapietrouw: elektrolyten en nierfunctie controleren, schema’s vereenvoudigen, tijdelijke ARR-compatibele middelen inzetten. - Professionele nascholing: apothekerspodcast.nl voor punten en verdieping.

Gemaakt door: Harm Geers, PharmD, PhD Eerste aflevering: 08-05-2022
De podcast Apothekers Podcast met Harm Geers heeft in totaal 82 afleveringen

Maker: Harm Geers, PharmD, PhD Datum: 04-06-2026
Disclaimer: De podcast (artwork) is geembed op deze pagina en is het eigendom van de eigenaar/ maker van de podcast. Deze is niet op enige wijze geaffilieeerd met Online-Radio.nl. Voor reclamering dient u zich te wenden tot de eigenaar/ maker van deze podcast.